Bouwgeschiedenis

Neogotiek
Aangezien er nog maar weinig architecten waren die ervaring hadden met kerkenbouw, werd er gezocht naar een passende bouwtraditie. De gotiek leende zich hier, meer dan de stijlen uit de klassieke oudheid, uitstekend voor door de connectie van religieuze en architectonische symboliek. De katholieken maakten zich daarom de neogotische stijl eigen voor hun nieuwe kerkgebouwen. De Franse architect en architectuurtheoreticus E.E. Viollet-le-Duc vormde een belangrijke inspiratiebron. Uiteindelijk zou de neogotiek meer dan een halve eeuw de katholieke kerkelijke architectuur blijven domineren.

Architect Alfred Tepe (1840-1920)
De architect Alfred Tepe werd in 1840 in Amsterdam geboren en stierf in 1920 in Düsseldorf in Duitsland.’ Hij volgde onder meer een opleiding aan de Bau-Akademie te Berlijn waar hij zich, net als Cuypers, verdiepte in de studie van de middeleeuwse monumenten en de publicaties van Viollet-le-Duc. In de jaren 1865-1867 was hij werkzaam bij Vincenz Statz in Keulen en leverde hij tekenwerk ten behoeve van de restauratie van de Dom, waarna hij weer terug keerde naar Nederland om zich te vestigen in Amsterdam. Daarna verhuisde hij in 1872 naar Utrecht, waar hij een leidende architect was van het St. Bernulphusgilde, een groep van katholieke geestelijken die streefden naar een heropleving van nationale tradities en vakmanschap in religieuze kunst en architectuur. Met name werden invloeden van middeleeuwse inheemse stijlen aangemoedigd, evenals het gebruik van inheemse materialen als baksteen. In het meeste werk van Tepe heeft deze ideologie een beslissende rol gespeeld.

Eerste bouwfase 1888-1889

De R.K. St.-Augustinuskerk verrees in opdracht van bouwpastoor J. van Sleeuwen in 1888-’89 naar ontwerp van A. Tepe ter vervanging van een kerk uit 1828. Het werk werd uitbesteed aan B.J. Wichers en J. Etmans te Lobith. De inwijding van de kerk vond plaats op 1 juli 1889; een tweede gedenksteen onder de toren getuigt hiervan en noemt de namen van de pastoor, de architect en de opzichter.

Deze neogotische kerk is een driebeukige pseudo-basilicale kruiskerk met driezijdig gesloten koor en een toren van twee geledingen met naaldspits. Een pseudo-basilicale kerk is een kerkgebouw dat, naast het middenschip, twee lagere zijbeuken heeft. De hoogte van de middenbeuk laat niet voldoende hoogte voor een vensterzone. Het niveauverschil met de dijk gaf de gelegenheid tot een onderkeldering van het gehele gebouw.

Van het begin af zal een beperkt budget de inrichting hebben bepaald, dat blijkt ook uit de tekst op de herdenkingssteen. ’templum hoc potissimum aedificatum est fidelium sumptibus tuos Rev. pater J. van Sleeuwen centum viginti quinque dioceseos Harlemensis ecclesiis per tres annos concionando ipse atque colligendo comparavit’ (deze prachtige kerk is gebouwd met de bijdragen van gelovigen die de eerwaarde pater J. van Sleeuwen, pastoor alhier, heeft verkregen door zelf gedurende drie jaar in 125 verschillende kerken van het bisdom Haarlem te bedelen en te collecteren).8

Ruim tien jaar nadat de kerk gerealiseerd was, waren er weer financiële middelen (inkomsten, schenkingen) om het interieur verder uit te breiden. Het altaar uit 1903, de preekstoel uit 1906 en zijaltaren uit 1910 zijn vervaardigd door het bekende Atelier Te Poel & Stoltefus in Den Haag.

Tekening van de St. Augustinuskerk, uit 1888, door A. Tepe (bron: gemeente Amsterdam)

Al in 1906 werd de kerk opgemerkt door Jan Kalf: ‘Wanneer men met het havenbootje Nieuwendam nadert, verkondigt de fraaie toren van deze kleine kerk reeds uit de verte den naam van haren ontwerper: die eenvoudige goed begrepen gotische baksteenbouw is een werk van Alfred Tepe. Zooals vele van Tepe’s dorpskerkjes is ook dit er een met drie beuken van ongeveer gelijke hoogte, met gemetselde kruisgewelven overdekt, en van binnen geheel bepleisterd, bestemd om aan de polychromie eenigen luister te ontleenen; een sober program, maar met smaak uitgevoerd. Er zijn 300 zitplaatsen in dit gebouw.’9
Het is niet duidelijk of het interieur in 1906 al gepolychromeerd was, in 1939 was de kerk in ieder geval geschilderd zo blijkt uit een foto in het jubileumboekje. In 1913 werd de kerk voorzien van elektrisch licht, in 1917 van een nieuwe communiebank. In 1916 was er een watersnoodramp waarbij Nieuwendam en ook het souterrain van de pastorie onder water kwam te staan, het is onbekend of de kerk schade opliep.

Latere wijzigingen omstreeks 1924-1934
In jaren twintig van de twintigste eeuw hebben er een aantal vernieuwingen plaatsgevonden. Dit was waarschijnlijk als gevolg van de bevolkingsgroei van Nieuwendam, in 1924-1934 is tuindorp Nieuwendam gerealiseerd.

  • De gebrandschilderde ramen met voorstellingen werden omstreeks 1925 geleverd door de firma Van Soest en Willemse te Utrecht. De meesten zijn geschonken door de parochianen.
  • In 1924-1925 werd een verwarmingssysteem aangebracht.
  • In 1926 bouwde Sybrand Adema het tweedelige pneumatische orgel op de koortribune, dat door zijn medewerker J. Wisse werd voltooid. In diezelfde periode (1925-1935) werd het glas-in-loodraam gerealiseerd met een voorstelling van het Laatste Oordeel.
  • Omstreeks 1930 kreeg de Augustinuskerk haar uurwerk (wijzerplaten bleven behouden). De naam van de firma J.H. Addicks & Zn. is verbonden aan vele klokken en uurwerken in het bijzonder in Amsterdam.
  • In 1928 werd het lokaal beneden vergroot, hiermee wordt mogelijk de bijeenkomstzaal met keuken bedoeld?12 Een bezoek aan het Stadsarchief kan hierover meer informatie opleveren.
  • In 1930 worden dertig nieuwe kerkbanken aangebracht. Mogelijk wordt de capaciteit uitgebreid, want het huidige type banken staat ook op de foto uit 1906.13 Een bezoek aan het Stadsarchief kan hierover meer informatie opleveren.

Wijzigingen na WOII

  • In de zijbeuken zijn in 1946 vier glas-in-loodramen aangebracht, vervaardigd door M.G.M.J. Waterschoot van der Gracht (1912-2013). De gebrandschilderde ramen hebben als thema geloof, hoop, liefde en de zuiverheid van Maria. Ze zijn door de parochianen geschonken als een dankbare herinnering aan de parochie en hun paters voor hetgeen er in de hongerwinter voor hen was gedaan.
  • Van de drie door de firma Petit en gebr. Edelbrock te Gescher in Westfalen gegoten klokken overleefde alleen de klok Helena uit 1911 de klokkenroof in 1942. Bij het zestigjarig jubileum in 1949 werd een nieuwe zware luidklok en een Angelusklokje geschonken.

Latere wijzigingen na 1965

Tussen 1962 en 1965 vond de Tweede Vaticaanse Consilie plaats, dit was een kerkvergadering over het moderniseren van de Katholieke Kerk. De sterke hiërarchie tussen priesterkoor en schip wordt afgezwakt en het versoberen van het interieur wordt gangbaar.

  • Het doophek werd verwijderd, een houten podium werd geplaatst dat de grens tussen het priesterkoor en schip overbrugt.
  • Als gevolg daarvan werd ook het bankenplan aangepast.
  • De altaren en preekstoel worden wit geschilderd. Restanten van het kleurgebruik zijn te vinden op het klankbord van de preekstoel en op de muren onder het orgel.
  • In een latere bouwfase is de hellingbaan en nieuwe entree aan de oostzijde van de kerk aangebracht. In 1975 is de toren gerestaureerd.
blank
Scroll naar top